Het jaarverslag 2008 is in het voorjaar van 2009 verschenen. In het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van het record aantal van 10133 meldingen. De 23 waarnememers die aan het jaarverslag hebben bijgedragen, bezochten in totaal 332 kilometerhokken in Friesland. Ook het aantal gemelde soorten was een record: in 2009 werden 700 verschillende soorten gemeld. Twaalf soorten waren nieuw voor Friesland. Kortom, 2008 was een goed jaar voor de Friese paddenstoelenkartering.
De opsomming van de waarnemingen wordt afgewisseld door verschillende artikelen
van de leden van de Paddenstoelen Werkgroep Friesland:
- overzicht van de excursies in 2008 door Sjoerd Greydanus
- blauwgroen trechtertje (Omphalina chlorocyanea) door Gosse Haga
- vals judasoortje, een verraderlijk zwammetje door Frans Ozinga
- houtboleet (Pulveroboletus lignicola) door Gosse Haga
Het jaarverslag 2008 ligt ter inzage bij Natuurmuseum Fryslân.
In de herfst zijn tweewekelijkse bijeenkomsten gepland. Op de eerste werkgroepbijeenkomst worden de data en tijden van de excursies definitief vastgesteld. Ga naar activiteiten...
Het jaar 2008 kent een record aantal meldingen. Het wordt spannend, of de grens van 10.000 meldingen zal worden bereikt. Ook 2008 heeft weer enkele nieuwe soorten voor Friesland opgeleverd. Ondermeer de spikkelsneerussula (Russula illota) en de vlekkende poederparasol (Cystolepiota hetieri) werden niet eerder in Friesland gevonden.
De voorlopige stand van zaken is aldus: in 2008 zijn 316 kilometerhokken bezocht waarin 9630 meldingen zijn geregistreerd. Het aantal waargenomen soorten bedraagt tot nu toe 685, waarvan 137 soorten op de rode lijst staan. Sinds 1980 staat 2008 qua aantal meldingen nu op de eerste plaats en qua aantal soorten op de tweede plaats.
Jaap Wisman vond op 18 november 2008 in de Kaapsebossen bij Doorn de vierde vondst van de oranje schijnoesterzwam
(Phyllotopsis nidulans).
De vruchtlichamen werden aangetroffen op een liggende beuk. Ook de eerste vondst van de oranje schijnoesterzwam in Nederland
betrof de stam van een liggende beuk (die nu opgeruimd blijkt te zijn). Ondertussen is de soort binnen korte tijd nog een aantal keer
aangetroffen. In Zwitserland breidt de soort zich snel uit. Hetzelfde lijkt in Nederland gaande te zijn.
De grote vraag is wanneer in Friesland de oranje schijnoesterzwam gevonden zal worden. Wie meldt zich als de eerste vinder?
Zie ook bij de bijzondere waarnemingen op de NMV-site.
Eind 2008 vond Frans Ozinga in zijn tuin een bekerzwamachtig paddenstoeltje met een doorsnede van ongeveer twee centimeter.
Om de paddenstoel op naam te brengen werd een exemplaar naar België gestuurd, waar de heer Declercq het verlossende
antwoord gaf:
het klaverknolkelkje
(Sclerotinia trifoliorum).
De sporen van het klaverknolkelkje komen op de bladeren van klaver terecht, waarna het mycelium uitgroeit en de bladeren laat verwelken. Daarna worden sclerotia gevormd die een jaar later gesteeld bekervormige vruchtlichamen voortbrengen.
Volgens de literatuur komt de soort vooral in de zomer en de herfst voor, maar hij kan ook na nachtvorst in februari voorkomen. Meer dan vijftig jaar was de zwam algemeen verspreid en bracht soms zware schade toe aan klaver- en luzernevelden, maar sindsdien zijn resistente klaversoorten op de markt gebracht waardoor de zwam sterk teruggedrongen is.
De tuin blijkt uitermate geschikt te zijn voor Sclerotinia-soorten: eerder werd al het gewoon knolkelkje aangetroffen.