Aardtongen zijn vrij zeldzame paddenstoelen waarvan de meeste soorten alleen voorkomen op schrale, onbemeste graslanden, zoals duingraslanden, schraal gehouden wegbermen of kerkhoven.
Wie een aardtong vindt, ziet zich vaak voor een lastige determinatie gesteld, de onderlinge verschillen tussen de soorten zijn niet groot.
De fijngeschubde aardtong (Geoglossum fallax) is in Friesland 22 keer gemeld. Afgezien van de Waddeneilanden is de vondst in Kollumeroord de eerste voor het noorden van Friesland.
De overige meldingen van de fijngeschubde aardtong komen van de waddeneilanden en van de omgeving van Heerenveen en Joure waar de soort vooral op kerkhoven voorkomt.
De fijngeschubde aartong valt op de Rode lijst onder de bedreigde soorten. Het aantal meldingen is sinds 1950 drastisch afgenomen. Toch wordt sinds 1990 de soort in Friesland regelmatig gemeld. Veelal worden de meldingen ieder opeenvolgend jaar van dezelfde plaats gedaan. Het is dus verheugend, dat een nieuwe vindplaats aan de lijst is toegevoegd.
Brits onderzoek heeft al aan het licht gebracht, dat vanwege de klimaatverandering paddenstoelen twee pieken doormaken, één in juli/augustus en één in de herfst. Afgelopen weken viel er ook in Friesland genoeg te beleven aan paddenstoelen. Vooral bermen zijn de plaatsen waar de bijzondere soorten groeien.
Een opmerkelijke vondst was de blauwvoetstekelzwam (Sarcodon scabrosus). Tom van der Kooij vond vele exemplaren in grote getale bijeen in een berm bij Kollum.
Deze soort werd tot 1980 regelmatig bijna jaarlijks gemeld, maar daarna is er een diep zwart gat zonder een melding van deze prachtige stekelzwam. Vorig jaar werd de soort door Lieuwe Calsbeek gezien in de omgeving van Olterterp. Een goed teken, dat deze soort nu in een ander gedeelte van Friesland is aangetroffen.
In Driesum vond Tom van der Kooij een andere stekelzwam. De gezoneerde stekelzwam (Hydnellum concrescens) is de algemeenste stekelzwam in Friesland. Ga naar fynsten...
Begin augustus hield de Nederlandse Mycologische Vereniging een excursie in het Plantsoen. Er werden meer dan honderd soorten aangetroffen. Een bijzondere soort was de bleke parasolzwam (Lepiota subalba), de tweede melding van Friesland. De soort is voor de eerste keer in 1993 op Schiermonnikoog gemeld. De kleine, bleke paddenstoel heeft een doordringende rubberachtige geur.
Naast talloze bijzonderheden viel ook aan de algemene soorten veel plezier te beleven. De platte tonderzwam (Ganoderma lipsiense) met de opvallende tepelgallen werd uitbundig gefotografeerd.
De Paddenstoelen Werkgroep Friesland heeft haar activiteitenprogramma voor de herfst van 2007 opgesteld.
De activiteiten zijn gericht op het determineren en karteren van soorten en zijn ook toegankelijk voor
iedere belangstellende met enige basiskennis van paddenstoelen.
De excursie van de Nederlandse Mycologische Vereniging wordt gehouden in en rondom het Plantsoen bij Ravenswoud.
Ga naar activiteiten...
Het gewoon knolkelkje is een onopvallende paddenstoel die verborgen op de bodem op plantenresten
en levende planten voorkomt. Van de soort zijn slechts weinig meldingen gedaan, hoewel ze
als parasiet, die veel schade aan landbouwgewassen kan toebrengen, algemeen voorkomt op allerlei verschillende planten.
Frans Ozinga ontdekte het gewoon knolkelkje in zijn tuin, de tweede melding van Friesland.
Ga naar fynsten...
Ook in 2006 zijn er weer nieuwe soorten voor Friesland ontdekt. Tijdens de excursie van de Nederlandse Mycologische Vereninging werden in de Vegelinbossen twee nieuwe soorten gevonden: de naaldhouthertezwam (Pluteus pouzarianus) en de fraaie satijnzwam (Entoloma lepidissimum).
Tom van de Kooij vond in de omgeving van Buitenpost de paarssteelvezelkop (Inocybe amethystina).
Frans Ozinga zette in 2006 zijn onderzoek naar mycena's die op mos begroeid schors voorkomen voort, wat de gestreepte schorsmycena (Mycena mirata) opleverde.
De hazeoren vormen een lastige groep binnen de mycologie. Veel ogenschijnlijk tegenstrijdige literatuur, gecombineerd met een verwarrende naamgeving. De meest gemelde soort in Friesland is het donker hazeoor (Otidea bufonia). Rond Joure werd door Frans Ozinga de zeldzame gedrongen hazeoor (Otidea cochleata) aangetroffen.
Het is ondertussen genoegzaam bekend, dat de zachte winter van 2006 tot allerlei records heeft geleid. Ook bij paddenstoelen kan dat leiden tot vroege waarnemingen. Of moet men nu spreken van late herfstwaarnemingen?
Joop Leertouwer ontdekte tijdens onderhoudswerkzaamheden in de eendenkooi bij Piaam op 10 januari 2007 een groepje gekraagde aardsterren (Geastrum triplex). Op 24 februari vond hij nogmaals een groep op een andere locatie in de eendenkooi.
Op 8 maart 2007 vond Jan van der Heide aan de Polderboskdyk een drietal vruchtlichamen van de gekraagde aardster.
Vruchtlichamen van aardsterren zijn weinig vergankelijk en kunnen onder gunstige, zachte weersomstandigheden lange tijd in min of meer verse toestand blijven bestaan. Vermoedelijk gaat het ook hier om vruchtlichamen die al een lange periode op de groeiplaatsen hebben gestaan. Bij het ouder worden kan de kenmerkende kraag van de gekraagde aardster verdwijnen, waardoor op het eerste gezicht verwarring met andere (zeldzamere) soorten mogelijk is. Verouderde exemplaren moeten dus met de nodige voorzichtigheid op naam gebracht worden.
De gekraagde aardster is in Friesland een redelijk algemene paddenstoel. Het karteringsbestand bevat een 120-tal meldingen, waarvan de meeste afkomstig zijn van de waddeneilanden. De piek van de meldingen ligt in de laatste week van oktober en de eerste helft van november. Er zijn enkele vroege meldingen bekend, alle van de waddeneilanden. Eén dateert van 1 januari, de overige vijf zijn gemeld in april.
Deze meldingen behoren dus tot de vroegste voorjaarsmeldingen van het vaste land van Friesland.
Door de onvoorspelbaarheid van het verschijnen van paddenstoelen is de mycologie een kwestie van geduld en geluk. Een viertal jaren geleden constateerden Frans Ozinga en Gosse Haga, dat De Twigen een geschikt biotoop voor de rode kelkzwam zou kunnen zijn. De Twigen is een voedselrijk natte biotoop waar veel dood hout van wilg ligt op een dik, in de zeventiger jaren opgebracht slikpakket dat vergelijkbaar is met het klei van de polders.
Inventarisaties in het voorjaar leverden echter nooit een vondst op van de opvallende rode kelkzwam. Kennelijk zijn in de loop der jaren de omstandigheden dusdaning veranderd, dat in 2007 de rode kelkzwam (Sarcoscypha coccinea) wel kon verschijnen: op 30 januari 2007 werden verschillende vruchtlichamen aangetroffen op wilg.
Februari en maart zijn de maanden waarin de rode kelkzwam s.l. (in brede zin) het meest gemeld wordt. Eén van de bekendste vindplaatsen in Friesland is de Froskepôlle bij Leeuwarden. Momenteel is de krulhaarkelkzwam weer volop in dit gebied aanwezig.
De rode kelkzwam s.l. bestaat uit een drietal soorten die alleen microscopisch met zekerheid te onderscheiden zijn. De algemeenste soort in Friesland is de krulhaarkelkzwam (Sarcoscypha austriaca), die vooral op takken van els en wilg voorkomt. De andere soort is de rode kelkzwam s.s. (Sarcoscypha coccinea), volgens de literatuur het meest voorkomend op beuk en iep. De derde soort slijmspoorkelkzwam (Sarcoscypha jurana) is nog niet in Friesland aangetroffen.
De rode kelkzwam is paddenstoel van de maand februari op de webstek van de Werkgroep Paddenstoelenkartering Nederland. Ga naar WPN...
De traditionele nieuwjaarswandeling van de KNNV-afdeling Drachten werd op 6 januari 2007 in de bossen bij Beetsterzwaag gehouden.
De wandeling langs het Schuinpad en de Gealeane leverde 36 soorten op. De bossen bij
Beetsterzwaag lijken al goed onderzocht op paddenstoelen, maar in het betreffende
kilometerhok (200-564) werden toch een negental soorten voor de eerste keer gemeld,
waaronder zeer algemene soorten als de gewone oesterzwam
(Pleurotus ostreatus) en de roodporiehoutzwam
(Daedaleopsis confragosa). Op houtsnippers werd een nieuwe soort voor Friesland gevonden,
de witvlokkige bundelzwam
(Pholiota lubrica).
Hoewel eveneens voor de eerste keer uit het kilometerhok gemeld, waren echte tonderzwammen
(Fomes fomentarius)
volop aanwezig. Eén vruchtlichaam wekte sterk de aandacht op: een blad had
kennelijk een lange periode intens het groeien van de tonderzwam meegemaakt.